Self-efficacy

Bandura – cognitieve theorie

Self-efficacy is een vertrouwen in de eigen aanpak om iets te bereiken. Een soort zelfvertrouwen dus, waar eigenlijk geen Nederlandse term voor is. Op zich is self-efficacy een heel ruim concept. Zo variëren de niveaus van self-efficacy van een algemeen vertrouwen in je mogelijkheden om succesvol te leven, via o.a. een vertrouwen in de effectiviteit van je aanpak voor een bepaald vakgebied tot uiteindelijk het vertrouwen dat je aanpak effectief is voor een specifieke taak (Lindstrøm & Sharma, 2011). Ook kan self-efficacy gebaseerd zijn op verschillende vormen van intelligentie, verschillende vormen van kennis, verschillende vormen van competentie, verschillende vaardigheden en zelfs op verschillende normen, waarden en emoties die men aan een bepaalde taak toekent (Zeldin, Britner, & Pajares, 2008).

Daarnaast is self-efficacy een dynamisch concept. De toonaangevende sociaal psycholoog Bandura definieert vijf verschillende (aan elkaar gerelateerde) bronnen van self-efficacy (Bandura, 1994, Britner & Pajares, 2006, Usher & Pajares, 2008). Deze bronnen zijn:
• Ervaringen n.a.v. objectieve beoordelingen van prestaties, bijvoorbeeld d.m.v. toetsen of examens.
• Ervaringen n.a.v. het zich spiegelen aan rolmodellen (peers, ouders, leerkrachten) bij het interpreteren van de eigen prestaties.
• Non-verbale overreding door evaluatieve terugkoppeling en het oordeel van peers, ouders en leerkrachten.
• Emoties en lichamelijk welbevinden, zoals angst, stress, vermoeidheid en stemming.

Volgens Bandura’s cognitieve theorie blijft je self-efficacy zich gedurende het hele leven ontwikkelen. In je jeugd leveren ouders, leerkrachten en peers verschillende vormen van terugkoppeling. Daarbij reageert elke persoon verschillend op die terugkoppeling, afhankelijk van o.a. geslacht, leeftijd, voorgeschiedenis, achtergrond, motivatie, capaciteit, karakter en doorzettingsvermogen - en self-efficacy. Zo ontstaat een voor elk individu unieke wisselwerking tussen self-efficacy en een levenslange persoonlijke ontwikkeling.

Bandura, A. (1994). Self-efficacy. In V. S. Ramachaudran (Ed.), Encyclopedia of human behavior (Vol. 4, pp. 71-81). New York: Academic Press. (Reprinted in H. Friedman [Ed.], Encyclopedia of mental health. San Diego: Academic Press, 1998).
Britner, F.L., & Pajares, F. (2006). Sources of science self-efficacy beliefs of middle school students. Journal of Research in Science Teaching, 43 (5), 485-499.
Lindstrøm, C, & Sharma, M.D. (2011). Self-efficacy of first year university physics students: Do gender and prior formal instruction in physics matter? International Journal of Innovation in Science and Mathematics Education, 19(2), 1-19.
Usher, E.L., & Pajares, F. (2008). Sources of Self-Efficacy in School: Critical Review of the Literature and Future Directions. Review of Educational Research, 78 (4), 751-796. doi: 10.3102/0034654308321456
Zeldin, A.L., Britner, S.L., & Pajares, F. (2008). A comparative study of the self-efficacy beliefs of successful men and women in mathematics, science, and technology careers. Journal of Research in Science Teaching, 45 (9), 1036–1058.